Wijkregisters

Door gouverneur en raden van politie en justitie werden, bij hun besluit van 5 maart 1828 (Gouvernementsblad van Suriname, nummer 4) maatregelen vastgesteld om de staat van de bevolking van Paramaribo nauwkeurig te kunnen constateren. Over elk van de wijken waarin de stad verdeeld was zouden door de gouverneur twee wijkmeesters worden aangesteld. Deze moesten onder andere elk jaar de huizen in hun wijk bezoeken en de daarin woonachtige personen opschrijven. Van het register bleef één exemplaar onder hun berusting en het andere moest ter gouvernementssecretarie worden gedeponeerd. In de ‘Instructie voor het Gemeentebestuur der Kolonie Suriname’ van 1828 staat in artikel 5 dat de werkzaamheden van het gemeentebestuur zich onder andere bepalen tot de burgerlijke stand waarmee, onder toezicht van de president, de secretaris en de wijkmeesters belast werden. Artikel 26 wijst erop dat de president, met de uitvoering van alle administratieve handelingen belast zijnde die tot het bestuur van de gemeente behoorden, ook de wijkmeesters onder zijn onmiddellijke bevel had. Toen bij besluit van de gouverneur-generaal in Rade van 10 oktober 1832 een ‘Gezondheids-Bestuur voor de Kolonie Suriname’ werd ingesteld, maakten de wijkmeesters deel uit van de sub-commissies in de wijken waarin onder andere de stad Paramaribo was verdeeld.

Daar 1 januari 1833 het gemeentebestuur van Suriname ophield te bestaan, kwamen zij toen bij het gouvernement-generaal, onder bevel van de gouverneur-generaal.

Bij de invoering van de Burgerlijke Stand in Suriname in 1828 zijn dus de wijkopnames in uitvoering gebracht. Overigens schijnt er een vroPer adres werd geregistreerd welke vrije burgers en (hoeveel) slaven er op dat adres woonachtig waren. De vrijen en slaven werden als volgt ingedeeld ‘blank’, ‘gekleurd’, ‘neger’. Daarbij werd de (geschatte) ouderdom, religie en beroep genoteerd.  Tevens werden hier en daar notities gemaakt bij welke eigenaars de slaven toebehoorde of wie de huizenbezitter was. In enkele gevallen werden de namen van slaven vermeld. Dit zijn waarschijnlijk slaven die verhuurd waren. Voor de genealoog zijn dit waardevolle bronnen gezien men in combinatie met andere bronnen verwantschappen, relaties en migratiestromingen kan reconstrueren. De laatste telling is overigens in 1847 gehouden.

Paramaribo was opgedeeld in 8 wijken, namelijk A, B, C, D, E, F, 1e Buitenwijk en tot slot 2e Buitenwijk. Per wijk werden twee wijkmeesters aangesteld. Men kon zich beschikbaar stellen voor een dergelijke functie, waarbij uiteindelijk de gouverneur de aanstelling beoordeelde.

Helaas zijn niet alle delen bewaard gebleven. Alle wijkregisters uit de jaargangen 1829 en 1844 ontbreken.

Van de volgende wijkregisters zijn er delen online beschikbaar:

Inventarisatie wijkregisters Paramaribo 1828 tm 1847

In totaal zijn er 75 registers te raadplegen. Alle (op 1847 na) zijn online in te zien op de website van het Nationaal archief Nederland.

Bronnen: Gouvernementsblad van Suriname, Surinaamse almanak 1832, 1.05.11.09, inv. 58-69, 1.05.08.01, inv. 146, 635-698

* Er blijkt een eerdere telling uit het jaar 1795 te zijn.

Advertenties