Manumissierekest van de Directie inzake Roza (1814)

Aan zijn Excellentie den Hoog Edele Gestrenge Heer
Pinson Bonham, Commandeerende zijne Majesteits
landmacht in de Colonie Suriname, mitsgaders
Gouverneur en Commandant en Chef over dezelve etc. etc. etc.

Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen Maria van de Directie. Dat zij Suppliante Een bijzondere geneegenheid hebbende voor het Neeger Meijsje Roza behoorende tot de Slaven van zijne Brittanische Majesteits, gaarne aan denzelve den dierbaaren Schat van Vrijdom wilde bezorgen. Dat zij Suppliante Egter alvoorens daartoe te kunnen overgaan, de gemelde Neger Meijsje Roza in Eigendom diende te bezitten, en waarvoor zij Suppliante de vrijheid neemt aan Uw Excellentie Een Goede manNeeger van Een gelijke waarde, en aan haar in Eigendom toebehoorende, in ruiling van de Neger Meijsje Roza aantebieden om dan vervolgens, na gunstige approbatie van Uw Excellentie deeze Neeger Meijsje den Schat van vrijdom binnen den tijd van Een Jaar na dato dezes afgereekend te bezorgen. Reedene waaromme zij Suppliante de vrijheid neemt zich te Keeren tot uw Excellentie ootmoedigst verzoekende dat het uw HoogEdeleGestrenge Heer goedgunstig moge behagen aan haar Suppliante ’t meergenoemde Negermeisje Roza behoorende tot de Slaven van zijne Brittannische Majesteits inruiling tegens Een goede man neger in Eigendom aftestaan, met voorwaarde egter dat de Suppliante gehouden zal zijn, ’t meergenoemde Neger Meijsje Roza binnen den tijd van Een Jaar na dato deezer ten zijnen te moeten vrijgeeven. En is de Suppliante hierop Een gunstige dispositie allerneederigst is. Imploreerende etc.
X
Cerificeere dat het bovenstaande Teken alhier is ter needer gesteld door de Vrije Maria van de Directie als zijnde haare gewoonlijke Handtekening.
E.J. Treurniet.

Geneegen Zijnde de Suppliante zo veel mogelijk te faciliteeren in dit haar gedane Verzoek, gelasten dezelve omme den man neeger welke in plaats gegeeven zal worden voor de te Manumitteerene Negerin, te vertoonen aan den Assistent Quartier en Barracke Meester Generaal, en de Ruiling door denzelven goedgekeurd zijnde, zal door hem een quittantie afgegeeven worden voor den Neeger in plaatse van de negerin Rosa, en haar mitsdien aan de Suppliante uitteleeveren door wien dan ter Secretarije Borge moet worden gesteld, voor de Somma van twee Duijzend Guldens, voor de behoorlijke naarkoming van de bij requeste gedane Belofte.
Paramaribo 31e September 1814.
P. Bonham.

Ter ordonn. van Zijne Excellentie.
J. Martijn.
Gv. Secr.


Auteur: John Sang-Ajang
Bron: NAN 1.05.10.01, 510 volgnummer 1174 (scan 33)

Advertenties