Manumissierekest Samson inzake Betsij William en Betsij (1812)

Aan Zijne Excellentie den Hoog Edele Gestrenge Heer
Pinson Bonham, Generaal Majoor en Commandant
en Cheff over Zijn Majesteijts Landmagt, en fungeerende
Lieutenant Gouverneur ad interim over de Colonie Surinamen etc. etc. etc.

Geeven reverentelijk te kennen C.F. Steffens, S(alomon) M(arcus) (zoon) en D(avid) M(arcus) Samson (zoon), in qualiteijt als Executeuren van het Testament en redderaren van den boedel en nalatenschap Mitsgaders voogden over de minderjarige Erfgenaamen, en Legatarissen van wijlen Marcus Salomon Samson. Dat de Supplianten in bovengemelde hunne qualiteijt ter voldoening aan zekere advertentien van wegens de Edele Achtbare Hoove van Politie en Crimineele Justitie deeser Colonie in de Surinaamsche Couranten van de Maand Maart ll. Successivelijk geplaast, waarbij aan allen en een ijgelijk die eenig regt of pretensie vermeend en te hebben op de Slavin of Slavinnen, welkers vrijdom alstoen was werden versogt, en welke aldaar nominatien staan uitgedrukt , wierd geadverteert, dat Zij hunne Sustinuenen deswegens tuschen de toen geeindigde, en de aanstaande Sessie van Meij eerstkomende ter Secretarie behoorlijk zouden hebben op te geeven op Zodanige Poenaliteijt als bij gemelde advertentie saat geexpresseerd /zig genoodzaakt gezien hadden een behoorlijke, en in deeze Colonie tot den verre altoos nog gebruikelijke memorie van oppositie ter Seretarie voorschreeve in te Zenden, ten einde Zig also te kunnen Verzetten teegens een Verzoek van Vrijdom door Samuel H(ai)-m de la Parra ten behoeven van Zekere Mulattin Betzij, en haare Twee Mustice kinderen William en Betje/ van welke hij quasi door koop was Eijgenaar geworden gedaan. Dat de Supplianten qq intuschen tot hunne aanmerkelijke Surprise hierin Zijn worden teleurgesteld, alzo den heer eerste Secretaris mr. M.S. Schuster begrepen heeft voorzeijde memorie van Oppositie niet te kunnen Admitteeren uit aanmerking van het appointement door Uwe Excellentie in dato 14 Maart 1812 op de Requeste van meergemelde Samuel H-m de la Parra verleent, waarbij Secretarissen deeser Colonie zijn gelast geen interdict hoegenaamt teegen opgenoemt Verzoek van vrijdom te noteeren, voor en aleer deeze Zaak aan Uwe Excellentie Zou Zijn bekend gemaakt, en daaromtrent de maatregulen genomen. Dat Supplianten qq / het zij met eerbied gezegt/ Zig grotelijks met voorz. Appointement vinden bezwaart, omdat Zij daaromtrend in hunne belangens niet Zijn worden gehoord. Dat Zij daardoor voor het tegenwoordige als het waare, van de gewoonlijke, en bij de Edele Achtbare Hoove van Politie en Criminele Justitie dezer Colonie Zelvs vastgestelde wijze van Oppositie worden verstoken, en gevolgelijk in hun regt aanmerkelijk gepraejudiceert, waarvan de gevolgen door de kortheid des tijds, welke hun thans tot maintier van hun regt is overgebleven allernadeeligst voor de gemeenschappelijke boedel van wijle Marcus Salomon Samson zoude hebben kunnen zijn, en welker belangens Zij egter in qualiteijt als Executeuren, en vooral als Voogden van minderjarigen Verpligt Zijn te behartigen. Dat de Supplianten qq intusschen begrepen hebben Zig in deeze Zo veel mogelijk deligent te moeten betonen, en also als nu ter kennisse van Uw Excellencij te moeten brengen. Dat Zij Zig verpligt rekenen meergemelde Verzoek van Vrijdom Zo en in diervoegen als het Zelve door Samuel Haim de la Parra is gedaan, te moeten tegenspreken om de volgende redenen: Dat nu wijle M.S. Samson bij Zijne testamentaire dispositie onder anderen en meerdere legaten aan Zijne huisvrouw Hana David Juda haar Leeven lang gedurende Slegts heeft gelegateerd het frugtgebruik van meergemelde Mulattin Betzij met haar Twee kinderen William en Betje maar geensints het Eijgendom. Dat wel is waar hij voorzeijde Zijne huisvrouw had vrijgelaten deeze Mulattin het zij alleen, of met haar kind of kinderen voor den Schat van Vrijdom te verkopen egter onder deese expresse mits, en de conditie, dat Zij gehouden zou zijn dezelven vooraf te laten Priseeren, en als dan die gelden aan de tijdelijke Executeuren in Zijne boedel uit te leveren, om vervolgens door hun op goede hijpotheeq te worden uitgeloot, blijkens Testament deeze Requeste annex. Dat de Supplianten in bovengemelde hunne qualiteijt, ten einde Zo wel aan de gemanifesteerde wil, en intentie van den testateur, als aan de begeerte van Zijne agter gelatene Weduwe in tijd en wijle te kunnen voldoen, om die reden Zig dan ook reeds in de Maand Januarij ll aan de Edele Achtbare Hove van Civile Justitie deeser Colonie hebben vervoegt gehad, en per requeste verzogt dat er eene Commissie van Priseurs mogt worden benoemt, ten einde opgedagte Mulattin en haare kinderen behoorlijk te tauxeeren, aan welk verzoek dan ook door voorschreeve Hoove in zo verre is worden voldaan, dat nu wijle Ab-m B-o de Mesquita en F.C. Munnikhuijzen bij Appointement van gemelde Hoove Speciaal Zijn worden gecommitteerd voorzeijde Prisatie te Effectueeren, welke ook door hun is geschied, Terwijl gemelde Mulattin en haare Twee kinderen, alstoen door hun Zijn worden gewaardeert op eene Somma van NeegenDuijzendEenHondert en vijf en twintig Guldens. Dat de weduwe M.S. Samson voorzeker door instigatie van anderen naderhand wel heeft kunnen goedvinden zig teegen deeze wettig gedane Prisatie te verzetten, en tot dat einde bij non Sessie van de edele Achtbare Hoove van civile Justitie deeser Colonie van Uwe Excellentie bij Sub, en Obruptie heeft weeten te obtineeren eene Tweede Commissie van Priseurs bestaande toen uit eene Fuchs en Feuchtenberger, / welke alstoen dikwijls genoemde Mulattin en haare Twee kinderen op vijfvuijzend TweeHonderd en vijftig Guldens hebben gewaardeerd, en dus circa Vier Duijzend guldens minder dan bij de vorige Prisatie door De Mesquita en Munnikhuijzen/ Edog dat dit alles niet belet en wegneemt dat ofschoon Sam-l H-m de la Parra van laastgemelde Prisatie heeft geprofiteert, hij egter voor als nog niet als wettige Eijgenaar van gemelde Mulattin en kinderen kan worden geconsidereert, aangezien er voor het tegenwoordige altijd Twee onderscheijdene Prisatien Zijn aanweezig en dus/ onder reverentie/ eerst zal behooren te worden onderzogt en uitgemaakt, welke van die beijden behoorlijk Zal Effect Sorteeren als Zijnde laastgemelde Prisatie geschied ten gevolgen van een appointement door Uwe Excellentie bij non Sessie van de edele Achtbare Hoove van civiele Justitie werleend, welke gevolgelijk als geen daad van Souverainiteijt kan werden geconsidereert, en welke dan nog in allen gevallen / het Zij met de meeste eerbied gezegt/ teevens met eene totale vernietiging van de voorgaande Prisatie had behooren te Zijn verteld geweest. Om alle welke redenen de Supplianten qq langs deeze weg Zig keeren tot Uwe Excellentie ootmoedig verzoekende dat den heer Eerste Secretaris mr. M.S. Schuster, voor zo veel des noods mag worden geauthoriseert bovengenoemde memorie van remonstrantie of oppositie aanteneemen, tot tijd en wijle na een behoorlijke regterlijke cognitie, nadat Parthijen in hunne belangens Zullen zijn gehoord, van wegen de Edele Achtbare Hoove van Politie en Crimineele Justitie deeser Colonie zal zijn uitgemaakt, en gedeclareert: hoedanig de Supplianten qq zig omtrend voorzeijde Prisatie voor het vervolg zullen hebben te gedragen welke van beijden Prisatien zal moeten Effect sorteeren en gevolgelijk of Sam-l Haim de la Parra als wettige Eijgenaar van gemelde Mulattin en haare Twee kinderen zal kunnen blijven geconsidereert en also bevoegt om te hunne behoeven brieven van Vrijdom te verzoeken. ’t Welk doende.
Paramaribo, 25 april 1812.
mr. Ph. Roseboom, advocaat.

De geannexeerde bijlaagen bij mij Geligt de 1e Maij 1812.
……………………

Het bij Requeste gedaane verzoek is bij deezen van de Handgeweesen, met last aan Secretarissen deeze kolonie, geen Interdict te noteeren tot het verhinderen van de Vrijgeeving van de mulattin Betsij, en haar twee kinderen met naamen William en Betsij.
Paramaribo den 1ste Maij 1812
P. Bonham

Ter ordonnantie van Zijne Excellentie.
J. Martijn, gouv. Secr.


Auteur: John Sang-Ajang
NAN 1.05.10.01, 495 volgnummer 395 pagina 68 (scan 503 t/m 512)

 

Advertenties