Manumissierekest de Leon inzake Cornelis de Randamie (1808)

Aan zijn Excellentie den HoogEdele gestrenge Heer
W-m Carlyon Hughes, schildknaap Brigadiergeneraal en Commandant,
Mitsgaders Lieutenant gouverneur over de Colonie Surinaame
de Rivieren en districten van deselve etc. etc. etc.

Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen de vrije Johanna van De Leon. Dat zij suppliant in dato 26 Junij 1804 Eigenaresse is geworden van de mustice genaamd Cornelis Abraham de Randamie blijkens quittantie dewelke zij Suppliant de vrijheid neemd eerbiedig bij deeze te annexeeren, waar uit consteerd dat zij Suppliant van Sam-l Fernandes heeft gekogt gemelde mustice zijnde haar broeder voor een Somma van Tweeduizend guldens, onder deeze mits en Conditie dat zij Suppliant verpligt en gehouden zoude zijn omme ten haare Kosten voor genoemde Cornelis Abraham de Randamie te verzoeken brieven van vrijdom. Dat zij Suppliant zijnde in behoeftige omstanden en reeds uitgeput aan middelen door de zwaare koopschat van f 2000,- in de onmogelijk zig heeft bevonden om dadelijk aan deeze aanneeming te voldoen en de kosten dewelke vereischt worden tot obtineeren van brieven van vrijdom te betaalen. Dat zij Suppliant al in hoope van zig in deeze voor haar Situatie importantie somma van onkosten te allegeeren, geraaden had gevonden om gemelde mustice een reize na Europa te laaten doen, dewijl het haar bekend was, ofte immers vermeende al dien van de Kosten hetwelk het vraagen van Brieven van Manumissie vereischte verschoond te zijn. Dat ook te dier tijd de geleegentheid daartoe voordeelig schein te zijn, dewijl H. du Moulin op ’t poinct stond na Europa te vertrekken. Dat genoemde Cornelis Abraham de Randamie reeds in den tijd toen hij toebehoorde aan Sam-l Fernandes een Paruik…. zijnde, genoemde H. du Moulin in zijn Ambagt had be… waardoor veroorzaakt wierd dat dezelve hem kennende, aan haar Suppliant als Eigenaresse de voorslag deed om gemelde Cornelis Abraham de Randamie aan hem toe te vertrouwen en hem als bediende ter oppassing na Europa meede te geeven. Dat zij suppliant gemerkt het vooren gealligeerde hierinne gaarne heeft geaccedeert, onder dien expresse mits, dat dezelve H. du Moulin, hem na zijn komst in Europa ten zijne kosten zoude voorzien van Brieven van Manumissie maakende hiervan een Contract het welk zij Suppliant ter UwHoogEdelegestr. attentie had eerbiedig bij annexeerd. Dat Cornelis Abraham de Randamie in Engeland zijnde, door H. du Moulin is worden afbedankt en naa eenige tijd de Huisvrouwe van J. Lemmers te hebben als knegt gediend, zig eindelijk in dienste van zijn hoogheid de Prins van Hardenberg heeft begeeven. Dat zij Suppliant bij herhaalde wijze en hoorende dat hij Cornelis Abraham de Randamie zig niet meer bij H. du Moulin bevond ook alzoo niet door hem aangeschreeven heeft terugtekeeren, het welk hij dan ook geefectueerd heeft vraagende alvooren zoo aan zijn Excellentie den Secretaris van Staat Lord Castlereagh als ook van het Allien Office de noodige passen om naa herwaards te vertrekken den welke hem ook in dato 9 November 1807 zijn toegestaan blijkens passeport ter UwHoogEdelegestrenge Secretarij berustende. Dat Cornelis Abraham de Randamie alhier in de Colonie arriveerende vervolgens zonder dat zij Suppliant de reedenen off toedrag der Zaaken weet te allegeeren, is gesteld in hegtenis en thans nog word gedetineerd in de Fortresse Zelandia, zoo dat zelfs het gerugt haar Suppliant heeft doen weeten dat moogelijk genoemde Cornelis Abraham de Randamie werder zoude worden uit deeze Colonie verzonden. Dat de ongerustheid dewelke zodanige gerugten als wel het effective detinement van de mustice Cornelis Abraham de Randamie aan haar suppliant veroorzaaken, daar zij niet alleen als eigenaresse maar ook teffens zoo naa met den gedetineerde verwandt zijnde, niet onverschillig zijn kan aan het toekomende lot van den gedetineerde, … Suppliant noodzaken zig te wenden tot UwHoogEdelegestrenge en Hoogstdezelve Bekende Eg..teit en menscheliefde interoepen in eene Zaak daarinne zij Suppliant UwEHoogEdelegestrenge hoopt aantetoonen dat bij aldien ook eenige informaliteiten mogte zijn begaan zulks meerder moet toeteschrijven zijn aan de onkunde en weinig kennis van Zaaken zoo van haar Suppliante als van de gedetineerde danwel aan eenige kwaade trouw ofte kwaade opzigt, daar inde Eerste plaats uit de toedragt van Zaaken consteerd dat H. du Moulin genoemde Cornelis Abraham de Randamie alleen als slaaf tot zijne oppassing heeft meedegenoomen en zij suppliante ook alleen dezelve heeft meedegegeeven in hoope van gesoulageerd te zijn in de zwaare onkosten dewelke de brieven van manumissie dewelke zij suppliante luidt quittantie zig had verbonden bij den Edele Agtbaare Hove te obtineeren maar soude veroorsaaken daar verre dat den gedetineerde op eeniger wijze aan de lotgevallen van H. du Moulin zoude zijn verbonden ofte eeniger maate daar ingedeeld, het genoegzaam blijkt dat den gedetineerde naa zijn arrivement in Engeland in andere dienste is getreden en nog wel laastelijk den Prins van Hardenberg trouw en eerlijk heeft gediend, dat in de andere plaats geen reeden is te gelooven dat de gedetineerde zig niet geduurende zijn dienstbaarheid in Engeland behoorlijk en ordentlijk heeft gedraagen dewijl zijne geproduceerde passen en de hierbij geannexeerde permissie om als Vreemdeling binnen London en Zijne omstreeken te mogen resideeren alle praesumptie van kwaade conduite wegneemen, waar de Suppliante nog eerbiedig ter UwHoogEdeleGestrenge contemplatie brengt dat de hoedanigheid waarin hij gedetineerde H. de Moulin op zijn togt naa Europa vergezelde die dienstbaarheid was, dat hij als slaaf geen vrije wille had om zulks te approudeeren ofte niet, en dus dat hij kragtens die Verpligt was te gehoorzamen, zonder natedenken ofte zig te konnen off mogen opposeren. Dat in de derde plaats de voormaligen fouten waaraan de gedetineerde zig schuldig aan heeft gemaakt, tijdens hij nog toebehoorde aan Sam-l Fernandes door de hem toenmaals opgelegde straffe zijn afgedaan, daar hij gedetineerde bij vonnis van den Edele Agtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie in dato 20 junij 1803 is gecondemneerd geworden om met een Spaansche Bok rondom Paramaribo te worden afgestraft en vervolgens een jaar in boeijen te worden gesteld, hetwelk den gedetineerde ook heeft geleeden en den 20 junij 1804 is worden ontslagen en alzoo ook /het zij met alle eerbied gezegd/ deeze straffe voor het toenmaalige voorgevallene delict niet kan worden geextendeerd boven het geslagene en geexecuteerde vonnis, dat ten laatste zij Suppliant in Hoog EdeleGestrenge consideratie eerbiedig moet brengen dat bij aldien ook het zij van wegens haar Suppliant als eigenaresse, ofte het zij van wegens de gedetineerde eenige obmissien, informaliteiten ofte fouten zijn begaan, zulks waarlijk niet kan toegeschreeven worden aan kwaade trouw ofte slegte inzigten, maar inteegendeel alleen aan onkunde en onweetenheid, het welk te meerder waarschijnlijk is, indien UwHoogEdeleGestrenge goedgunstig gelieft te consideeren de situatie waarin Zij suppliant zig in bevind, daar zij nimmer in het geval is geweest om eenige kennis van zaken te verkrijgen ofte te hebben waar dan nog bijkomt het Erroneuse begrip waar in de gedetineerde tijdens zijn verblijf in Engeland is gebragt als off hij waarlijk vrij was en hoegenaamd niets meerder vereischt wierd om hem alniet de vrugten zijner vrijheid te doen genieten. Dat zij Suppliante alzoo verpligt is de gedetineerde als naar wettig verkreeg in eigendom te reetourneeren, daar dezelve als nog door zijn retour onderhoorig is geworden aan haar Suppliant en dus haar private eigendom is, daar zij dog egter bereid is om naa dat de gedetineerde aan haar zal zijn gerestitueerd, de noodig adresse te doen om volgens Haar Suppliants aanneeming bij quittantie vermeld voor genoemde Mustice Cornelis Abraham de Randamie de brieven van Manumissie te verzoeken volgens stijle alhier gebruikelijk, daar zij Suppliant durft te vertrouwen dat UwHoogEdeleGestrenge als burgervader volgens haar bekende menscheliefde die fouten en misstappen die door onkunde en buiten kwaade wil geschied zijn, zal willen excuseeren als meede ook zal willen eenig reguard staan niet alleen dat zij Supliant eigenaaresse van den gedetineerde is, maar ook als naaste Connexie en bloedverwantschap waar in dezelve zig, met de gedetineerde in bevind, daar buiten en behalven dien hij alhier agterststaat een oude en bedroefde moeder dewelke hij in haar oude daage zoude konnen onderhouden, zijn geheele familie en alles wat hen bekend was dat hij gedetineerd alhier gebooren is en dat indien hij het ongeluk moest ondervinden, omme wederom van hier te moeten vertrekken, hij ontblood van alles, armoedig, zonder hulp en troost verpligt zal zijn om verre van vrienden en maagen in den vreemde rond te zwerven, zonder hoop om immer ofte ooit de zijne te zullen weder zien. Het is alzoo dat zij Suppliante om alle deeze Reedenen en gronden zih eerbiedig keerd tot Uw Hoog Edele Gestrenge Heer met ootmoedig verzoek dat het UwHoogEdeleGestrenge goedgunstig mooge behaagen om den mustice Cornelis Abraham de Randamie dewelke thans gedetineerd is in de forteresse Zelandia uit zijne detentie te ontslaan en dezelve aan haar Suppliante als eigenaaresse overtegeeven, met hoogstdezelfs permissie en authorisatie omme alhier te mogen blijven onder toezigt van haar Suppliante. Zijnde zij Suppliante Bereid om de kosten op deszelfs detinement gevallen te voldoen en te betaalen als meede zijnde bereid en te vreeden omme bij aldan UwHoogEdeleGestrenge zulks mogte goedvinden om dadelijk bij daartoe gepaste addresse op haar Suppliants kosten te verzoeken Brieven van Vrijdom of manumissie voor genoemde Cornelis Abraham de Randamie zoo als zulks hier gebruikelijk is ofte zoo als UwHoogEdeleGestrenge zal vermeenten te behooren. ’t Welk doende etc.
Paramaribo, 23 Januarij 1808.
Certificeere dat dit X merk is de handteekening van de vrije Mustice Johanna van Deleon, als declareerende niet anders haare naam te kunnen schrijven welke getuijge.
Zij deeze gesteld in handen van gecommitteerde Raaden tot de rolle van den Edelen Achtbaren Hove van Politie en Crimineele Justitie, ten fine ons te dienen van derzelver Consideratien.
Paramaribo den 26 Januarij 1808.
W. Carlyon Hughes.

Ter ordonnantie van den Luitenant Gouverneur.
Pringle, secretaris.

Gehoord de mondelinge Consideratien van Heeren gecommitteerde Raaden tot de rolle, ontslaan mitzdien den Mustice Cornelis Abraham de Randamie uit Zijne detensie mitz de Suppliante voldoe de Kosten daarop gevallen.
Paramaribo den 2e februarij 1808
W. Carlyn Hughes.
Ter ordonnantie van den Lieutenant Gouverneur.
Pringle, secretaris


Auteur: John Sang-Ajang
NAN 1.05.10.01, 477 volgnummer 25 (scan 181 t/m 190)

 

Advertenties